Linux directory structuur uitgelegd

Ook al is het huidige Linux “Besturingssysteem”, door de beschikbaarheid van verschillende gebruiksvriendelijke Desktop Environments, zoals KDE Plasma, Cinnamon en Gnome, zeer toegankelijk en bruikbaar voor ook de beginnende Linux gebruiker, er komt al snel een moment dat je in aanraking gaat komen met de Linux directory structuur. En dan is het handig als je tenminste weet wat er in de verschillende systeem folders gebeurd. Hieronder een beknopte beschrijving van alle folders in de standaard structuur onder het Linux File System. In toekomstige blogs zal ik dieper ingaan op de individuele folders en hun inhoud.

We beginnen met de daadwerkelijke root (niet verwarren met de folder “root”), welke wordt aangeduid met “/”, oftewel de forward slash. Dit is het startpunt voor de Linux folder structuur, waar alles aan opgehangen is. Bijvoorbeeld binnen Linux Mint is deze folder laag te openen door op “File System” te klikken. Belangrijk is te weten dat alleen de root gebruiker schrijfrechten heeft in deze folder. Zo is het bijvoorbeeld niet mogelijk als gewone gebruiker een nieuwe folder aan te maken onder “/”. Daarvoor moet eerst voor “Open as root” gekozen worden en het password van de root opgegeven worden, alvorens je hier een folder aan kan maken of een bestand op kan slaan.

  • bin: In deze folder zitten de User Binaries. Dit betreffen de algemene Linux commando’s die in single-user mode worden gebruikt door alle systeem gebruikers, zoals ls (laat alle onderliggende files en directories zien), dir, (laat alle onderliggende directories zien) en help.
  • boot: Bevat boot loader gerelateerde bestanden, zodat jouw Linux distributie op de juiste manier kan worden opgestart.
  • dev: De dev directory bevat device files, oftewel alle componenten van jouw systeem. Wat hier belangrijk is om te beseffen dat alle componenten van het systeem of daaraan verbonden, wordt weergegeven als een folder, zoals een usb drive, een audio device en een monitor.
  • etc: Hier bevinden zich de configuratie bestanden die door de programma’s gebruikt worden. Dit betreft het zenuwcentrum van Linux waar de operatie van alle processen wordt onderhouden.
  • home: Hiwer bevinden zich de home directories, met daarin alle persoonlijke gegevens en bestanden, van alle binnen het systeem bekende gebruikers, zoals /home/johnbeen. Iedere gebruiker krijgt zijn eigen home folder.
  • lib: Bevat bibliotheek bestanden die ondersteunend zijn aan de binary files onder /bin en /sbin.
  • media: Hier bevinden zich de folders gekoppeld aan Removable Media apparaten, zoals /media/cdrom, /media/floppy en /media/cdrecorder
  • mnt: Dit is een tijdelijke folder waar system administrators tijdelijk filesystems kunnen mounten (Mounten is het koppelen van een opslagapparaat aan een bepaalde locatie in de folderstructuur).
  • opt: Is bedoeld voor Optional add-on Applications, oftewel optionele add-on’s van individuele aanbieders van software.
  • proc: Deze folder bevat informatie over systeem processen.
  • root: Zoals ook al bij “/” aangegeven is er een speciale root gebruiker die als enige toegang heeft tot alle administratieve mogelijkheden binnen het systeem. Deze gebruiker heet “root” en heeft een eigen persoonlijke folder. “/root” is dus de home folder van root, hetgeen niet hetzelfde is als de “/”, dus de root folder waaronder alle systeem folders zijn opgehangen.
  • run: De /run directory is een “companion” directory voor de var directory (var/run), vergelijkbaar met /bin, dat een companion directory is voor /usr/bin.
  • Het gaat hier om zogenaamde run-time variabele data, oftewel informatie over het runnen van het systeem vanaf de meest recente boot met betrekking tot ingelogde gebruikers en actieve daemons (computer programma dat in de achtergrond draait).
  • sbin: In tegenstelling tot bin, waarin de gebruikers binaries te vinden zijn, zijn in sbin de systeem binaries te vinden. Deze executables worden niet door de gewone gebruikers benaderd, maar door de system administrator met als doel systeem onderhoud. Denk hierbij aan executables als reboot, fdisk en swapon.
  •  srv: Bevat service data voor specifieke servers.
  • sys: Bevat ondermeer driver informatie voor aangesloten devices.
  • tmp: De Temporary Files, oftewel de tijdelijke bestanden die door programma’s of door gebruikers zijn aangemaakt. Op het moment dat het systeem opnieuw wordt opgestart worden deze bestanden verwijderd.
  •  usr: Hier bevinden zich de User Programs, zoals binaries, documentatie en bron code. Zo bevat /usr/sbin de binary files voor system administrators en /usr/local bevat gebruikers programma’s die je vanuit de source installeert. Bijvoorbeeld /usr/local/apache2 voor het installeren van Apache.
  •  var: Hier bevinden zich de variabele files, oftewel de bestanden waarvan het systeem verwacht dat ze in de tijd zullen groeien, zoals de log files, packages en database files, emails en print queues.

 

 

 

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *